Publicaties en Archief

zienswijze NMrE ontwerp bestemmingsplan De Zuivelhoeve


 

Aan het College van B & W Enschede, 30-10-2012

van de gemeente Hengelo

7550 AA Hengelo

Betreft zienswijze: ontwerp bestemmingsplan Zuivelhoeve,

Geacht College,

Tegen de uitbreiding van de Zuivelhoeve op deze plaats maken wij ernstig bezwaar.

1.Al eerder hebben wij opgemerkt dat een dergelijk bedrijf, een industrie, thuis hoort op een industrieterrein en niet in het buitengebied. Er zijn genoeg bedrijfsruimten te koop / te huur en bovendien zijn er ook genoeg terreinen beschikbaar. Zeer terecht staat in de stukken:
'Ondanks dat de Zuivelhoeve een bestaand bedrijf is en ook al jaren op deze locatie is gevestigd, gaat het hier om een bedrijf gelegen in het buitengebied. De uitbreiding van de Zuivelhoeve (stedelijke functie) kan dus beschouwd worden als een gebiedsvreemde functie”.

2. De reactie in 2007 van de gemeenten Enschede en Hengelo op de 'Toekomstvisie Twekkelo” is in strijd met het thans voorliggende ontwerp.

Hoe kan de gemeente Hengelo eenzijdig de afspraken in dit ‘convenant' aan de kant schuiven?

3.”De ontwikkeling van de Zuivelhoeve voldoet niet aan de criteria uit de Welstandsnota”.(citaat)

 

4. Het argument dat de Zuivelhoeve bij niet uitbreiding op deze locatie uit Hengelo zou vertrekken is puur een dreigement maar mist elke onderbouwing. Vestiging in een andere gemeente zou hun bedrijfsbasis geheel aantasten.
Naar onze mening is een andere oplossing heel goed mogelijk. Een deel van de huidige bedrijfsruimten kan op deze locatie blijven staan ( de kleinschalige, ambachtelijke productie, het op te richten informatiecentrum en de kantoren.

De grootschalige productie, opslag en logistiek kan geheel gevestigd worden op een industrieterrein.

5.Wanneer men de Zuivelhoeve toestaat in het buitengebied uit te bouwen heeft men geen enkele rechtvaardiging meer om andere bedrijven, die zouden willen uitbreiden, geen toestemming te geven.

Of er op dit moment nu geen bedrijven zijn die een uitbreiding overwegen doet niet ter zake.
In het buitengebied hoort geen industrie te staan, daarvoor zijn er de industrieterreinen.

6. In het ontwerp bestemmingsplan wordt er voortdurend gewezen op het ambachtelijke karakter van de Zuivelhoeve. Ook het bedrijf zelf doet er alles aan om dat te benadrukken.

De gemeente had echter zonder meer moeten stellen dat het om een industrieel bedrijf gaat en dat derhalve elke uitbreiding alleen thuis hoort op een daartoe bestemd terrein nl. een industrieterrein. Allerlei aspecten wijzen op dit industriële karakter: de oppervlakte van het bedrijf, de hoeveelheid verwerkte melk, het gebied waar al deze melk vandaan komt, het grote aantal vervoersbewegingen, het aantal personeelsleden, de diverse vestigingen elders enz.

7. Men houdt zich niet aan het zgn. voorwaardendocument ( ja, mits…)

Hierin staat o.m. 'De condities waaronder dit (= de uitbreiding op de huidige locatie) kan worden bereikt zijn de hieronder genoemde voorwaarden waaraan de uitbreiding moet voldoen. Kan aan één of meerdere voorwaarden niet worden voldaan, dan adviseert de werkgroep om geen medewerking aan de uitbreiding ter plaatse te verlenen.”

Als men kijkt naar de verschijningsvorm dan kan men niet anders concluderen dat deze in geen enkel opzicht overeenkomt met de in het gebied gangbare vormen.

In plaats van hellende daken en lage goten wordt hier een gewone industriedoos neergezet, weliswaar bekleed met zgn. natuurlijke materialen, maar daarom nog allerminst passend in het gebied.

Er wordt in het ontwerp bestemmingsplan toegeschreven naar een accepteren van een totaal afwijkende verschijningsvorm als men stelt:

- 'In de massastudie is duidelijk geworden hoe de nieuwe uitbreiding met benodigde afmetingen een zichtbaar, maar ingetogen bouwvolume kan worden, passend in het landschap”.

'Het eerste uitgangspunt is de autonomie van het bouwwerk. Een nieuw uitbreiding die zou voortbouwen op de verschijningsvorm van de eerste uitbreiding met hellende daken leidt tot het beeld van een grootschalige boerderij waarbij de hoeveelheid daken niet meer op geloofwaardige wijze een verwijzing kan maken naar het agrarische karakter van de bebouwing”.

In de omgeving staan verschillende grootschalige boerderijen met hellende daken. Bovendien kunnen deze ook in een zgn. Twents cluster gegroepeerd staan.

Het tweede uitgangspunt is het landschappelijk karakter van het bouwwerk. Het bouwwerk ligt in een landelijke omgeving Het gebouw krijgt een relatie met het landschap als de verschijning va het gebouw abstract is. Dit is toeschrijven naar het eindresultaat.

Met precies dezelfde argumenten kan men het tegenovergestelde beweren.

Ook de zgn. referentiebeelden en overstekken bij de architectuur zijn niet gebruikt.

Uit dit alles blijkt dat men zich niet houdt aan het voorwaardendocument.

De beantwoording van onze zienswijze op het voorontwerp is in grote mate om de hete brij heen draaien. Het is een vorm van redeneren om zaken die niet kloppen toch maar goed te praten.

Wij kunnen niet anders concluderen dan dat men van meet af aan heeft ingezet op het op de een of andere manier maar mogelijk maken dat het bestemmingsplan aangepast zal kunnen worden.

8. Een onbedoeld gevolg van de uitbreiding zal zijn dat het aantal verkeersbewegingen sterk gaat toe nemen. Ook al zal de Zuivelhoeve de transporteurs een route gaan voorschrijven, in de praktijk zal de zaak vaak anders liggen. De Strootsweg en de Twekkelerweg zijn toegankelijk voor bestemmingsverkeer en dus kan men vanuit de politie /gemeente Enschede niet handhavend optreden wanneer vrachtverkeer van en naar de Zuivelhoeve over deze wegen gaat rijden.

Het wegennet door Twekkelo is absoluut niet bedoeld voor dergelijk vrachtverkeer.

Daarnaast zal het veel hinder voor aanwonenden opleveren.

9 Bedrijfsontwikkeling en Unique Selling Point (USP)

De tekst over dit onderwerp is een mooi verkooppraatje.

'Het ambachtelijke karakter, de eerlijkheid van de producten en de aansprekende lokale ( boeren) herkomst, vormen de basis van het succes”.

Dat het de basis van het succes is geweest klopt zonder meer, maar al sinds vele jaren is dit een sterk gekoesterde marketingtruc.

Verhuizen naar een industrieterrein hoeft helemaal niet te betekenen : '…het loslaten van de succesvolle en zorgvuldig opgebouwde marktpositie.'

Namens de Natuur- en Milieuraad Enschede.

W.H.Arends,

voorzitter


Share our website

Quicklinks

Twitter